Alle Oorlogsverhalen

Op school heb je vast al veel over de Tweede Wereldoorlog gehoord. Bijvoorbeeld dat Hitler met zijn Duitse leger in 1940 Nederland bezette. Dat Joodse mensen uit hun huizen werden gehaald en dat het eten op de bon ging. En dat ons land in 1945 weer werd bevrijd. Maar hoe zagen die oorlogsjaren er in jouw stad uit? Hoe beleefden de mensen in jouw straat deze tijd? Waren zij bang, of vonden zij het toch wel spannend? In verschillende wijken in Amsterdam en Den Haag hebben groep 8-leerlingen ouderen geïnterviewd. Veel van hen waren in de oorlog nog een kind. Klik op jouw wijk en lees de oorlogsverhalen uit jouw buurt!

545 resultaten gevonden, gesorteerd op alfabet / meest recent / meest gelezen
Ik werd snel volwassen
Een Nederlandse vlag op de gefusilleerden
Doodse stilte
Hij wilde ijs van Koco
Ik ben gewond geraakt bij de schietpartij op de Dam op 7 mei 1945
Er zit nog steeds een litteken in mijn knieholte
Door dat geluid van toen heb ik nog altijd een hekel aan vuurwerk
’s Nachts hoorde je keihard tiktiktiktik, de volgende dag gingen we verzamelen
Toen we wakker werden van de honger hebben we die surrogaatpudding maar wel opgegeten
Ik kan nog geen boterham weggooien!
Familieleden bij het verzet en de NSB
Het geschreeuw hoorde je tot het einde van de staat, het was verschrikkelijk en ik zal dat nooit vergeten
Niemand sprak over de onderduikers
Ik deed hem aan zijn dochtertje denken
'Oorlog in mijn Buurt', leerlingen van de Anne Frankschool interviewen  Dick Neijssel, 5 februari 2015, foto: Katrien Mulder
Vader was verzetsheld
Iedereen had codenamen zodat mensen elkaar niet konden verraden als ze opgepakt waren
‘Mijn vader werd aan zijn stropdas meegesleurd naar buiten’
Voorlezen bij kaarslicht
'Ik hoorde een verschrikkelijk gierend gefluit, het geluid van een vallende bom'
Ik zag dat de gebrandschilderde ramen achter het altaar in stukken vlogen
'Dat is nou oorlog… dat mensen elkaar verraden'
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Tijdens de mooiste jaren van mijn leven mochten we 's avonds niet op straat
‘Brandnetels prikten niet in je maag als je ze kookte’
We liepen altijd op klompen en hadden lange zwarte kousen met een rode naad van de sociale dienst.
'Met alleen een rugzak vertrokken we naar Westerbork'
We zagen een neergestort vliegtuig, in het Volewijkspark (nu Noorderpark), het stond nog in brand
Hij wilde de vijand in de ogen kijken
Nu heeft mijn vader eindelijk een eigen stoel
We likten alles af om maar wat binnen te krijgen
Verraden door zijn eigen vrouw, mijn moeder
Over verzetswerk bleef je stil, ook na de oorlog
Een Eskimo kus als enige herinnering
Een koffertje met dubbele bodem
‘We hebben hem!’
"Ik ben degene die in het verzet gaat!"
Ze schreef in mijn album: ‘Zal je nog aan me denken, wanneer ik er niet meer ben?’
'Ik heb mijn vader heel lang niet gezien'
Gewone Duitse jongens
Alle grote kranen hebben ze opgeblazen, alle machines gestolen en meegenomen naar Duitsland
Trombone spelen in Auschwitz
Wij moesten voor wat reuring zorgen.
Ineens stonden er Nederlandse soldaten in onze tuin, met getrokken geweren.
Uit huis gezet door onderduikgezin
Ik wilde niet geloven dat dit mijn moeder was, ze was zo veranderd
'Oorlog in mijn Buurt', 28 januari 2015, leerlingen van de Anne Frank school interviewen Femke Roos over de oorlog, foto: Katrien Mulder
Drie jaar was ik toen ik weer terug in Nederland kwam
Je kan een kind uit de oorlog halen, maar die oorlog haal je er nooit meer uit
Jezelf wassen tussen de koeien