Oorlogs­verhalen Den Haag
77 resultaten gevonden, gesorteerd op alfabet / meest recent / meest gelezen
Iemand kwam ons vertellen dat mijn vader was doodgeschoten, maar een week later kwam hij ineens thuis.
We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.
Tijdens de oorlog kreeg je geen cadeaus, zo was het nou eenmaal.
Mijn moeder had vreselijke dingen meegemaakt en we hadden geen huis, geen geld en bijna geen familie meer.
We vroegen ook om ‘cigarettes for daddy’. Maar die rookten we stiekem zelf op.
'Geef mijn boterhammen maar aan deze meisjes'
Met 21 kinderen werden we in een open vrachtwagen met een zeil erover daarheen gebracht.
's Nachts dan hoorde je de bommenwerpers, humhumhumhum...
Vijfenzestig leden van mijn familie zijn in Sobibor vermoord.
We zagen hoe dokters uit de ziekenhuisramen zwaaiden met grote witte lakens.
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Mijn moeder verstopte het eten in de badkamer, want mijn vader had hongeroedeem en at alles op.
Mijn vader en ooms hebben tijdens een razzia in een wijnvat verstopt gezeten.
We zagen de vlammen van het bombardement boven de spoorweg uitkomen.
Ineens stonden er Nederlandse soldaten in onze tuin, met getrokken geweren.
De Duitsers klommen van balkon naar balkon en gingen de huizen binnen door openstaande ramen of deuren.
Ik schrik nog altijd als ik harde knallen hoor.
Bij terugkomst uit Zwitserland bleek mijn hele familie te zijn vermoord.
Toen we uit de schuilkelder kropen was het één grote chaos met rook en vuur.
'Papa! Kom maar beneden hoor, ze zijn er niet meer!' Maar één van de landverraders stond nog in de gang.
Mijn moeder, mijn broertje en ik bleken de enige familieleden te zijn die de oorlog hadden overleefd.
Mijn moeder vermoedde dat de sigarenman niet te vertrouwen was. Hij begon op ons te letten. Toen zijn we vertrokken.
Er vielen bommen achter me en werd ik door de luchtdruk in de tuin van de buren geblazen.
We stonden op de uitkijk naar bommenwerpers, zodat we snel weg konden rennen met onze waardevolste bezittingen in de hand
De kapper aan wie mijn vader alles vertelde, heeft hem verraden.
Er kwam een hele groep Duitsers om de bus staan die riepen ‘Hunger! Hunger!’
De Duitse militair gaf zijn dagrantsoen aan eten aan mijn vader, voor mij en mijn zusje.
Opeens schoten de soldaten de vriend van mijn vader dood.
Mijn vader kwam met een lijkbleek gezicht mijn kamer binnen en zei: 'Het is oorlog geworden'.
Soms vroor het in de hongerwinter wel 20 graden.
Mijn moeder en ik kwamen afzonderlijk van elkaar in een éénpersoonscel terecht.
Hij is in ons eigen huis letterlijk onder de grond ondergedoken
De Duitsers hadden vanuit de duinen op ons raam geschoten.
’s Nachts hoorde je bommenwerpers over de huizen vliegen
Zo’n mooi woord, mobilisatie. Dus ik noemde mijn pop Mobilisatie, afgekort Mobi.
In een koude storm werd ik achterop de fiets bij mijn vader naar Rozenburg gebracht.
Ik had mijn broodje bewaard, maar door al het rondslingerend glas, was dat niet meer te eten.
Ze huilde. Ze huilde van de kou.
Ze schreef in mijn album: ‘Zal je nog aan me denken, wanneer ik er niet meer ben?’
En dan maar wachten op het sein 'veilig'.
De kippen waren al bedorven, maar dan hadden we iets in ons maag.
We zagen een volle en gedekte tafel staan, duidelijk plotseling verlaten.
We hebben toen mijn konijn opgegeten.
De blik die de Duitse officier vanachter zijn raampje gaf, vergeet ik nooit meer.
Ik heb een keer een potje met beschimmelde jam en een paar harde erwten gegeten.
Mijn vader heeft toen een brood gekocht voor 110 gulden.
Vanaf het dak van de Ridderzaal gooiden we steentjes naar een Hollandse politieagent.
Mijn vader gaf de fotozaak terug aan de weduwe. De winkel bestaat nog steeds.
Wij dachten dat ze naar een kamp gingen met spelletjes en lekker eten.