Oorlogs­verhalen Den Haag
77 resultaten gevonden, gesorteerd op alfabet / meest recent / meest gelezen
Er vielen bommen achter me en werd ik door de luchtdruk in de tuin van de buren geblazen.
Vanaf toen heette ik Bertie.
We stonden met onze handen voor de oren en mijn zusjes gilden vreselijk.
'Papa! Kom maar beneden hoor, ze zijn er niet meer!' Maar één van de landverraders stond nog in de gang.
Toen we uit de schuilkelder kropen was het één grote chaos met rook en vuur.
De blik die de Duitse officier vanachter zijn raampje gaf, vergeet ik nooit meer.
Als de Duitsers bij de zwemjuffrouw op bezoek waren, keek de kabouter naar links.
Zo’n mooi woord, mobilisatie. Dus ik noemde mijn pop Mobilisatie, afgekort Mobi.
Mijn moeder en ik kwamen afzonderlijk van elkaar in een éénpersoonscel terecht.
Ik had mijn ster afgedaan want dat was veel te gevaarlijk.
Mijn moeder, mijn broertje en ik bleken de enige familieleden te zijn die de oorlog hadden overleefd.
Mijn moeder reageerde blij verrast toen ik met een jas vol bloemkolen thuis aanbelde.
De kapper aan wie mijn vader alles vertelde, heeft hem verraden.
We kwamen een man tegen die een stuk van zijn arm miste, helemaal in paniek.
Hij is nooit meer thuisgekomen. Hij was pas 34 jaar.
Vijfenzestig leden van mijn familie zijn in Sobibor vermoord.
We stonden op de uitkijk naar bommenwerpers, zodat we snel weg konden rennen met onze waardevolste bezittingen in de hand
De Duitsers gooiden het bed en de man op de wagen
“Als jij het lef hebt om binnen te komen dan gooi ik deze bloempotten naar beneden!”
We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.
Dit keer gooiden ze geen bommen, maar voedselpakketten.
Er kwam een hele groep Duitsers om de bus staan die riepen ‘Hunger! Hunger!’
Mijn vader kwam met een lijkbleek gezicht mijn kamer binnen en zei: 'Het is oorlog geworden'.
Die Duitsers stonden daar maar. Wij zijn gewoon doorgelopen.
'Geef mijn boterhammen maar aan deze meisjes'
Wij konden niet geloven, dat een van onze familieleden bij de Duitsers in dienst was.
Opeens schoten de soldaten de vriend van mijn vader dood.
We zagen hoe dokters uit de ziekenhuisramen zwaaiden met grote witte lakens.
De Duitsers schoten met hun geweren door het huis heen om te kijken of ergens iemand zat.
Stiekem speelden we toch stukken van Mendelssohn en Mahler.
Op het moment dat de stofzuiger ging zuigen, wisten wij dat de soldaten eraan kwamen.
Ik schrik nog altijd als ik harde knallen hoor.
Bij terugkomst uit Zwitserland bleek mijn hele familie te zijn vermoord.
De Duitsers klommen van balkon naar balkon en gingen de huizen binnen door openstaande ramen of deuren.
Hij is in ons eigen huis letterlijk onder de grond ondergedoken
Soms vroor het in de hongerwinter wel 20 graden.
Als ik terugdenk aan de oorlog, dan denk ik aan rolschaatsen.
De Duitse militair gaf zijn dagrantsoen aan eten aan mijn vader, voor mij en mijn zusje.
Wij moesten voor wat reuring zorgen.
In een koude storm werd ik achterop de fiets bij mijn vader naar Rozenburg gebracht.
Mijn moeder vermoedde dat de sigarenman niet te vertrouwen was. Hij begon op ons te letten. Toen zijn we vertrokken.
Tijdens de oorlog kreeg je geen cadeaus, zo was het nou eenmaal.
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Onze hond bleek te klein voor de mijnen.
Ze huilde. Ze huilde van de kou.
We zagen een volle en gedekte tafel staan, duidelijk plotseling verlaten.
Mijn vader en ooms hebben tijdens een razzia in een wijnvat verstopt gezeten.
Ik had mijn broodje bewaard, maar door al het rondslingerend glas, was dat niet meer te eten.
Gebakken tulpenbollen en gekookte suikerbieten maakte mijn moeder.
Als de oorlog begint, worden we gebombardeerd en gaan we dood.