Vogelwijk

Op deze pagina de oorlogsverhalen, die de ouderen uit de Vogelwijk (en de Bloemen-, Vruchten-,
en Bomenbuurt) doorgeven aan de leerlingen van deze buurt.

In januari 2016 is Oorlog in mijn Buurt in de Vogelwijk gestart op de Nutsschool Laan van Poot.
De leerlingen van deze scholen namen begin februari 2016 hun interviews af. De eindpresentatie van deze school wordt georganiseerd op maandag 21 maart.

Twee klassen van de O.G. Heldringschool starten in maart 2016 met Oorlog in mijn Buurt.
Interviews worden midden maart afgenomen en de eindpresentatie volgt eind maart/begin april.

De Houtrustschool sluit Oorlog in mijn Buurt in de Vogelwijk af.
Interviews worden in de laatste twee weken van april 2016 afgenomen.
De eindpresentatie wordt georganiseerd op 20 mei 2016.

Wilt u geinterviewd worden, of wilt u een eindpresentatie bijwonen?
Neem dan contact op met Inge Brouwer

37 resultaten gevonden, gesorteerd op alfabet / meest recent / meest gelezen
Zo’n mooi woord, mobilisatie. Dus ik noemde mijn pop Mobilisatie, afgekort Mobi.
De blik die de Duitse officier vanachter zijn raampje gaf, vergeet ik nooit meer.
We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.
Als de Duitsers bij de zwemjuffrouw op bezoek waren, keek de kabouter naar links.
Tijdens de oorlog kreeg je geen cadeaus, zo was het nou eenmaal.
Soms vroor het in de hongerwinter wel 20 graden.
Hij is in ons eigen huis letterlijk onder de grond ondergedoken
De Duitsers hadden vanuit de duinen op ons raam geschoten.
's Nachts dan hoorde je de bommenwerpers, humhumhumhum...
De kapper aan wie mijn vader alles vertelde, heeft hem verraden.
Op het moment dat de stofzuiger ging zuigen, wisten wij dat de soldaten eraan kwamen.
’s Nachts hoorde je bommenwerpers over de huizen vliegen
Gebakken tulpenbollen en gekookte suikerbieten maakte mijn moeder.
Onze hond bleek te klein voor de mijnen.
Als ik terugdenk aan de oorlog, dan denk ik aan rolschaatsen.
Als de oorlog begint, worden we gebombardeerd en gaan we dood.
En dan maar wachten op het sein 'veilig'.
In een koude storm werd ik achterop de fiets bij mijn vader naar Rozenburg gebracht.
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Met 21 kinderen werden we in een open vrachtwagen met een zeil erover daarheen gebracht.
Ze schreef in mijn album: ‘Zal je nog aan me denken, wanneer ik er niet meer ben?’
Wij moesten voor wat reuring zorgen.
Ineens stonden er Nederlandse soldaten in onze tuin, met getrokken geweren.
We hebben toen mijn konijn opgegeten.
Mijn vader kwam met een lijkbleek gezicht mijn kamer binnen en zei: 'Het is oorlog geworden'.
Mijn moeder reageerde blij verrast toen ik met een jas vol bloemkolen thuis aanbelde.
Ze huilde. Ze huilde van de kou.
Ik heb een keer een potje met beschimmelde jam en een paar harde erwten gegeten.
Stiekem speelden we toch stukken van Mendelssohn en Mahler.
De kippen waren al bedorven, maar dan hadden we iets in ons maag.
Iemand kwam ons vertellen dat mijn vader was doodgeschoten, maar een week later kwam hij ineens thuis.
We zagen een volle en gedekte tafel staan, duidelijk plotseling verlaten.
Vijfenzestig leden van mijn familie zijn in Sobibor vermoord.
Boos kwam hij weer boven met een fietspomp in zijn hand, er waren dus wel fietsen!
De Duitsers klommen van balkon naar balkon en gingen de huizen binnen door openstaande ramen of deuren.
Die Duitsers stonden daar maar. Wij zijn gewoon doorgelopen.