Oorlogs­verhalen Amsterdam
392 resultaten gevonden, gesorteerd op alfabet / meest recent / meest gelezen
Vader Joods, moeder niet-Joods
Het klappertanden van mijn vader
Die kinderwagen midden op de Dam
Mijn vader was postbode, en op een dag werd hij met post en al opgepakt.
Uitgeput door voedselgebrek
Groot feest in de Ritakerk
‘Mijn zusje ging naar Opdam, maar ik moest thuisblijven omdat mijn moeder ons niet allemaal kon missen’
Een roddeltante verraadde mijn moeder
Ik zag de ene na de andere jongen uit de goederentrein springen en dacht: 'dat kan ik ook wel!'
'Als er overdag luchtalarm was, vluchtten we vaak naar het Florapark'
'Dapi was een onschuldig jochie, wat was er op tegen om met hem te spelen?'
Met hoge koorts in bed
"Oorlog in Mijn Buurt, rivierenbuurt, leerlingen van de catharinaschool interviewen tiny Ijsberg, juni 2014, foto: Katrien Mulder"
Staken in de Lekstraat
De blauwe lucht boven was vrijheid
Door mijn oudere broer werd ik ook lid van de Jeugdstorm
Een poppenhuis ruilen voor graan
De Jodenjager groette mij, het volgende moment werd hij neergeschoten.
Terug in de tijd
Kikkersprongen maken, uren achter elkaar
Het laatste versje
Na de oorlog pakten ze mijn zuster
Houtjes pikken tussen de tramrails
Met z'n allen rond de kachel
Omdat ik heel mager was moest ik toen ik 14 jaar was naar een gezin in Groningen
Ik werd snel volwassen
Doodse stilte
Hij wilde ijs van Koco
Ik ben gewond geraakt bij de schietpartij op de Dam op 7 mei 1945
Er zit nog steeds een litteken in mijn knieholte
Door dat geluid van toen heb ik nog altijd een hekel aan vuurwerk
Familieleden bij het verzet en de NSB
Niemand sprak over de onderduikers
Ik deed hem aan zijn dochtertje denken
'Oorlog in mijn Buurt', leerlingen van de Anne Frankschool interviewen  Dick Neijssel, 5 februari 2015, foto: Katrien Mulder
Vader was verzetsheld
Iedereen had codenamen zodat mensen elkaar niet konden verraden als ze opgepakt waren
‘Mijn vader werd aan zijn stropdas meegesleurd naar buiten’
Voorlezen bij kaarslicht
Ik zag dat de gebrandschilderde ramen achter het altaar in stukken vlogen
Tijdens de mooiste jaren van mijn leven mochten we 's avonds niet op straat
We liepen altijd op klompen en hadden lange zwarte kousen met een rode naad van de sociale dienst.
'Met alleen een rugzak vertrokken we naar Westerbork'
We zagen een neergestort vliegtuig, in het Volewijkspark (nu Noorderpark), het stond nog in brand
Nu heeft mijn vader eindelijk een eigen stoel
We likten alles af om maar wat binnen te krijgen
Verraden door zijn eigen vrouw, mijn moeder
Over verzetswerk bleef je stil, ook na de oorlog
Een Eskimo kus als enige herinnering
Een koffertje met dubbele bodem