Een poppenhuis ruilen voor graan
'Ik ben uiteindelijk verraden door een ander Joods meisje'
De Jodenjager groette mij, het volgende moment werd hij neergeschoten.
Het laatste versje
Terug in de tijd
Kikkersprongen maken, uren achter elkaar
‘Ach, du bist nur ein Kind’
Mijn vader gaf de fotozaak terug aan de weduwe. De winkel bestaat nog steeds.
Na de oorlog pakten ze mijn zuster
Houtjes pikken tussen de tramrails
Met z'n allen rond de kachel
Omdat ik heel mager was moest ik toen ik 14 jaar was naar een gezin in Groningen
Ik werd snel volwassen
Een Nederlandse vlag op de gefusilleerden
Doodse stilte
Er zit nog steeds een litteken in mijn knieholte
Ik ben gewond geraakt bij de schietpartij op de Dam op 7 mei 1945
Door dat geluid van toen heb ik nog altijd een hekel aan vuurwerk
Hij wilde ijs van Koco
’s Nachts hoorde je keihard tiktiktiktik, de volgende dag gingen we verzamelen
Toen we wakker werden van de honger hebben we die surrogaatpudding maar wel opgegeten
Ik kan nog geen boterham weggooien!
Toen we later terugkwamen voor meer hout was de hele brug al verdwenen!
Familieleden bij het verzet en de NSB
Het geschreeuw hoorde je tot het einde van de staat, het was verschrikkelijk en ik zal dat nooit vergeten
Niemand sprak over de onderduikers
Ik deed hem aan zijn dochtertje denken
'Mijn vader liquideerde een Jodenjager, maar hij vond het vreselijk.'
'Oorlog in mijn Buurt', leerlingen van de Anne Frankschool interviewen  Dick Neijssel, 5 februari 2015, foto: Katrien Mulder
Vader was verzetsheld
Iedereen had codenamen zodat mensen elkaar niet konden verraden als ze opgepakt waren
‘Mijn vader werd aan zijn stropdas meegesleurd naar buiten’
'Ik hoorde een verschrikkelijk gierend gefluit, het geluid van een vallende bom'
Voorlezen bij kaarslicht
'Dat is nou oorlog… dat mensen elkaar verraden'
Ik zag dat de gebrandschilderde ramen achter het altaar in stukken vlogen
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Tijdens de mooiste jaren van mijn leven mochten we 's avonds niet op straat
‘Brandnetels prikten niet in je maag als je ze kookte’
We liepen altijd op klompen en hadden lange zwarte kousen met een rode naad van de sociale dienst.
'Met alleen een rugzak vertrokken we naar Westerbork'
'De jongen die mij wilde verraden, hebben ze met een hooivork doodgestoken.'
We zagen een neergestort vliegtuig, in het Volewijkspark (nu Noorderpark), het stond nog in brand
Platgedrukt in de mensenmassa
Hij wilde de vijand in de ogen kijken
Nu heeft mijn vader eindelijk een eigen stoel
We likten alles af om maar wat binnen te krijgen
Verraden door zijn eigen vrouw, mijn moeder
Over verzetswerk bleef je stil, ook na de oorlog
<< vorige ... 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 ... volgende >>