Er vielen bommen achter me en werd ik door de luchtdruk in de tuin van de buren geblazen.
Toen we uit de schuilkelder kropen was het één grote chaos met rook en vuur.
We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.
Buiten spelen deden we gewoon: diefje met verlos, priktollen en bomschreven zoeken
Weer alles kopen zonder bonnen, als we dat beleven, hebben we gewonnen
Tijdens de oorlog kreeg je geen cadeaus, zo was het nou eenmaal.
'Papa! Kom maar beneden hoor, ze zijn er niet meer!' Maar één van de landverraders stond nog in de gang.
's Nachts dan hoorde je de bommenwerpers, humhumhumhum...
We vroegen ook om ‘cigarettes for daddy’. Maar die rookten we stiekem zelf op.
Mijn vader en ooms hebben tijdens een razzia in een wijnvat verstopt gezeten.
De kapper aan wie mijn vader alles vertelde, heeft hem verraden.
Er kwam een hele groep Duitsers om de bus staan die riepen ‘Hunger! Hunger!’
'Geef mijn boterhammen maar aan deze meisjes'
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Met 21 kinderen werden we in een open vrachtwagen met een zeil erover daarheen gebracht.
Ineens stonden er Nederlandse soldaten in onze tuin, met getrokken geweren.
Mijn moeder had vreselijke dingen meegemaakt en we hadden geen huis, geen geld en bijna geen familie meer.
Van de buren heb ik geweldig leren vloeken!
Bij terugkomst uit Zwitserland bleek mijn hele familie te zijn vermoord.
De trein vol NSB'ers werd beschoten.
Omdat mijn moeder een Duitse was, is ze na de oorlog verschrikkelijk uitgescholden
Mijn moeder, mijn broertje en ik bleken de enige familieleden te zijn die de oorlog hadden overleefd.
We zagen hoe dokters uit de ziekenhuisramen zwaaiden met grote witte lakens.
Mijn moeder vermoedde dat de sigarenman niet te vertrouwen was. Hij begon op ons te letten. Toen zijn we vertrokken.
Mijn moeder verstopte het eten in de badkamer, want mijn vader had hongeroedeem en at alles op.
Iemand kwam ons vertellen dat mijn vader was doodgeschoten, maar een week later kwam hij ineens thuis.
oorlog in mijn buurt, 3 april 2013, gastles van meneer Koot over zijn jeugd als NSB kind, foto: Katrien Mulder
De NSB zou de armoede aanpakken
Vijfenzestig leden van mijn familie zijn in Sobibor vermoord.
We stonden op de uitkijk naar bommenwerpers, zodat we snel weg konden rennen met onze waardevolste bezittingen in de hand
In de straat was een NSB-er die zelfs zijn eigen moeder had verraden
Ik heb veel gehuild van de kou en de honger
We zagen de vlammen van het bombardement boven de spoorweg uitkomen.
Mijn zus haalde trucjes in de gaarkeuken uit
Hanny bracht ons elke dag naar school
Splinters in het eten
De Duitsers klommen van balkon naar balkon en gingen de huizen binnen door openstaande ramen of deuren.
De Duitse militair gaf zijn dagrantsoen aan eten aan mijn vader, voor mij en mijn zusje.
De Bevrijding was één groot feest, je kon op straat gaan dansen, maar het was heel dubbel.
'We werden wel creatief van de honger'