Op een platte schuit ging ik naar Coevorden, helemaal alleen en ik mocht niets meenemen
Ik snapte niet waarom ik alleen achter de vitrages naar de Duitsers op straat mocht kijken
“Mama, kom snel, Tootje moet watergruwel eten!”
Die soldaten moesten alleen maar lachen om dat kleine meisje
Ik hoorde de buurvrouw later nog vaak ‘Moortje! Moortje! Waar ben je?’ roepen
We moesten altijd lachen om die dikke Duitsers met korte broekjes de sportvelden
Joodse vriendjes waar ik mee speelde, waren op een dag soms gewoon verdwenen
Toen we wakker werden van de honger hebben we die surrogaatpudding maar wel opgegeten
Omdat mijn moeder een Duitse was, is ze na de oorlog verschrikkelijk uitgescholden
Tijdens de Hongerwinter schreef ik recepten uit de Libelle over
Mijn moeder deed meteen het raam open en riep: ‘Oh Cees, Cees, je leeft, je leeft!’