Ze hebben al mijn eten afgenomen
Op een dag kwamen er soldaten, de angst van mijn moeder zal ik nooit vergeten
Nog altijd eet ik m’n knäckebröd tot de laatste kruimel op
Mussen uit de achtertuin
Mijn vader kwam elke dag kapot van de honger en kou thuis
Als je boos bent, ben je niet bang
Ik schaamde me niet voor mijn NSB-vader en ook niet voor de gemeentestempel op mijn kleren
Mijn vader zei: ‘Hoe kan je dat doen? Nu denkt iedereen dat ik voor de Duitsers ben!’
Het fusilleren deed me als klein kind aan cowboyfilms denken
De politiecommissaris vroeg of mijn moeder de schoenmaker wilde bespioneren voor bonnen.
Mijn broer is op zijn 21e verjaardag overleden
Voor een kind was het meer een avontuur dan echt oorlog
Ik schreef bij een theelichtje in mijn dagboek
Mijn vader schreef in zijn dagboek aan mij over de moeilijke tijd waarin ik geboren ben
De houten schutting van de school verdween in de kachel
De oorlog had niet langer moeten duren
De dikste boterham
De Bevrijding was één groot feest, je kon op straat gaan dansen, maar het was heel dubbel.