Mijn moeder en ik kwamen afzonderlijk van elkaar in een éénpersoonscel terecht.
Tijdens de oorlog kreeg je geen cadeaus, zo was het nou eenmaal.
's Nachts dan hoorde je de bommenwerpers, humhumhumhum...
Mijn moeder had vreselijke dingen meegemaakt en we hadden geen huis, geen geld en bijna geen familie meer.
Opeens schoten de soldaten de vriend van mijn vader dood.