Er vielen bommen achter me en werd ik door de luchtdruk in de tuin van de buren geblazen.
Toen we uit de schuilkelder kropen was het één grote chaos met rook en vuur.
We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.
Ik werd uit liefde afgestaan
Tijdens de oorlog kreeg je geen cadeaus, zo was het nou eenmaal.
Mijn vader en ooms hebben tijdens een razzia in een wijnvat verstopt gezeten.
Er kwam een hele groep Duitsers om de bus staan die riepen ‘Hunger! Hunger!’
'Geef mijn boterhammen maar aan deze meisjes'
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Met 21 kinderen werden we in een open vrachtwagen met een zeil erover daarheen gebracht.
Ineens stonden er Nederlandse soldaten in onze tuin, met getrokken geweren.
Mijn moeder had vreselijke dingen meegemaakt en we hadden geen huis, geen geld en bijna geen familie meer.
Bij terugkomst uit Zwitserland bleek mijn hele familie te zijn vermoord.
Mijn moeder, mijn broertje en ik bleken de enige familieleden te zijn die de oorlog hadden overleefd.
Mijn moeder vermoedde dat de sigarenman niet te vertrouwen was. Hij begon op ons te letten. Toen zijn we vertrokken.
Iemand kwam ons vertellen dat mijn vader was doodgeschoten, maar een week later kwam hij ineens thuis.
De Duitsers klommen van balkon naar balkon en gingen de huizen binnen door openstaande ramen of deuren.