Er vielen bommen achter me en werd ik door de luchtdruk in de tuin van de buren geblazen.
Toen we uit de schuilkelder kropen was het één grote chaos met rook en vuur.
Die Duitse soldaat vond ook niet fijn wat er allemaal gebeurde
Mijn vader was geen verzetsman met een pistool, maar met een pen
Project 'Oorlog in mijn buurt' Miriam, Angie en Zoe bij  Mirjam Ohringer, 14 november 2012, foto: Katrien Mulder
Met vader in het verzet
Amsterdam, Zuid, Pijp, 13 november 2012, Jasleen en Samra interviewen Fons Eickholt over zijn leven in de buurt tijdens de oorlog, foto: Katrien Mulder
Elke zondag naar de mis
We moesten bedelen bij de rijke mensen op de Laan van Meerdervoort om eten.
Ik smokkelde vitaminen voor het verzet
Als we niet waren weggegaan, waren we allemaal dood geweest
Soms moesten we plat op de grond vallen om niet geraakt te worden
In de oorlog had ik een engeltje op mijn schouder
Mijn vader verdomde het zijn radio en slagersweegschaal aan de Duitsers te geven!
Buiten spelen deden we gewoon: diefje met verlos, priktollen en bomschreven zoeken
Weer alles kopen zonder bonnen, als we dat beleven, hebben we gewonnen
Op houtjes bijten
Mijn moeder en ik kwamen afzonderlijk van elkaar in een éénpersoonscel terecht.
De ster was van haar jas gewaaid
Ze kwamen in het kamertje waar lagen allemaal illegale blaadjes op het bureau lagen...
Ik dacht dat mijn vader 'fout' was, maar hij zat in het verzet.
'Papa! Kom maar beneden hoor, ze zijn er niet meer!' Maar één van de landverraders stond nog in de gang.
Ik schaamde me niet voor mijn NSB-vader en ook niet voor de gemeentestempel op mijn kleren
Ongelooflijk dat we het allemaal hebben overleefd!
We vroegen ook om ‘cigarettes for daddy’. Maar die rookten we stiekem zelf op.
Bij de school stonden mannen om jongens op te pakken
Mijn vader en ooms hebben tijdens een razzia in een wijnvat verstopt gezeten.
De kapper aan wie mijn vader alles vertelde, heeft hem verraden.
Er kwam een hele groep Duitsers om de bus staan die riepen ‘Hunger! Hunger!’
Onder het matras
Joodse vriendjes waar ik mee speelde, waren op een dag soms gewoon verdwenen
'Geef mijn boterhammen maar aan deze meisjes'
Niemand sprak over de onderduikers
Ik deed hem aan zijn dochtertje denken
Iedereen had codenamen zodat mensen elkaar niet konden verraden als ze opgepakt waren
Je zag zo’n vliegtuig naar beneden duiken en dan hoorde je ‘tak tak tak!’ de kogels in het water spatten.
Hij wilde de vijand in de ogen kijken
Nu heeft mijn vader eindelijk een eigen stoel
We likten alles af om maar wat binnen te krijgen
Over verzetswerk bleef je stil, ook na de oorlog
Een koffertje met dubbele bodem
‘We hebben hem!’
"Ik ben degene die in het verzet gaat!"
Met 21 kinderen werden we in een open vrachtwagen met een zeil erover daarheen gebracht.
Ineens stonden er Nederlandse soldaten in onze tuin, met getrokken geweren.
Je kan een kind uit de oorlog halen, maar die oorlog haal je er nooit meer uit
Mijn moeder had vreselijke dingen meegemaakt en we hadden geen huis, geen geld en bijna geen familie meer.
Ik heb nooit geweten hoe groot de rol van mijn vader in het verzet was
Mijn vader kwam met een lijkbleek gezicht mijn kamer binnen en zei: 'Het is oorlog geworden'.
Bij terugkomst uit Zwitserland bleek mijn hele familie te zijn vermoord.