Oorlogs­verhalen Den Haag
77 resultaten gevonden, gesorteerd op alfabet / meest recent / meest gelezen
We hebben toen mijn konijn opgegeten.
Mijn vader kwam met een lijkbleek gezicht mijn kamer binnen en zei: 'Het is oorlog geworden'.
Mijn moeder reageerde blij verrast toen ik met een jas vol bloemkolen thuis aanbelde.
Ze huilde. Ze huilde van de kou.
Bij terugkomst uit Zwitserland bleek mijn hele familie te zijn vermoord.
Ik heb een keer een potje met beschimmelde jam en een paar harde erwten gegeten.
Wij dachten dat ze naar een kamp gingen met spelletjes en lekker eten.
Ze ging weg als een dun vrouwtje op de fiets en kwam heel dik weer thuis.
Opeens schoten de soldaten de vriend van mijn vader dood.
Mijn moeder, mijn broertje en ik bleken de enige familieleden te zijn die de oorlog hadden overleefd.
Mijn vader heeft toen een brood gekocht voor 110 gulden.
We zagen hoe dokters uit de ziekenhuisramen zwaaiden met grote witte lakens.
Stiekem speelden we toch stukken van Mendelssohn en Mahler.
De kippen waren al bedorven, maar dan hadden we iets in ons maag.
Mijn moeder vermoedde dat de sigarenman niet te vertrouwen was. Hij begon op ons te letten. Toen zijn we vertrokken.
Mijn moeder verstopte het eten in de badkamer, want mijn vader had hongeroedeem en at alles op.
Iemand kwam ons vertellen dat mijn vader was doodgeschoten, maar een week later kwam hij ineens thuis.
We zagen een volle en gedekte tafel staan, duidelijk plotseling verlaten.
Vijfenzestig leden van mijn familie zijn in Sobibor vermoord.
We stonden op de uitkijk naar bommenwerpers, zodat we snel weg konden rennen met onze waardevolste bezittingen in de hand
Zelfs mijn dierbare speelgoed werd in de potkachel verbrand.
We zagen de vlammen van het bombardement boven de spoorweg uitkomen.
Boos kwam hij weer boven met een fietspomp in zijn hand, er waren dus wel fietsen!
De Duitsers klommen van balkon naar balkon en gingen de huizen binnen door openstaande ramen of deuren.
Wij konden niet geloven, dat een van onze familieleden bij de Duitsers in dienst was.
De Duitse militair gaf zijn dagrantsoen aan eten aan mijn vader, voor mij en mijn zusje.
Die Duitsers stonden daar maar. Wij zijn gewoon doorgelopen.